De vierde ochtend worden we wakker door een luide trilling, gevolgd door een stilte... dit kan maar één ding betekenen. Wij snellen ons naar boven om te kijken en jawel, de zeilen zijn gehesen en de motor is eindelijk uitgezet. Men probeert de wind op de buitenrand van een lagedrukgebied mee te pikken en dat lukt aardig. Dit betekent alleen een iets minder gunstig weertje, wat die ouwetjes op het zonnedek al snel merken.
Die arme schaapjes op het dek worden ineens verrast door een gigantische, semi-tropische hoosbui, die niet langer dan een minuut duurt, maar genoeg water achterlaat om een dertigtal slachtoffers met drijfnatte boekjes beteuterd in de bar te laten vertoeven.
Ja jongens, zo'n transatlantische vaart is lang niet altijd een pretje. Het is bar.
Yay Blue Team!
Elke ochtend krijgen wij netjes het dagprogramma gepresenteerd, wat bedoeld is om de mensen tussen de maaltijden door te vermaken. Sommige dingen slaan de plank volledig mis, maar andere activiteiten zijn dan wel weer de moeite waard.
Een spelletjesdag is natuurlijk altijd leuk, als alle passagiers in twee teams worden verdeeld om tegen elkaar te gaan strijden in wedstrijdjes stagzeil hijsen, touwtrekken en waterballonnen overgooien. Het blauwe team shipt dit uiteraard met de ogen dicht.
Ship it holla
Quiz night is iets meer in mijn straatje, want ik ben niet zo van de lichaamsbeweging. Alleen als je jaren '60 liedjes moet gaan raden, dan lig ik daar natuurlijk niet op voor. Bovendien stelt vaders mij hierin ernstig teleur, waardoor twee Amerikaanse tuttebollen er met de champagne vandoor gaan. Dit kunnen wij natuurlijk niet op ons laten zitten.
Als ik twee dagen later zie dat de avondactiviteit een '80s music quiz is, kan ik mijn lol natuurlijk niet op. Dit is money in the bank met al die ouwe knarren hier aan boord. 's Avonds bij het eten excuseer ik mijzelf dan ook naar mijn tafelgenoten, want "ik moet even een flesje champagne ophalen boven".
They never had a prayer...
King Neptune Ceremony
Halverwege de eerste etappe naar de Azoren is het tijd voor het onvermijdelijke Neptunus-doopritueel. Iedereen die voor het eerst de Atlantiek overvaart moet uiteraard gedoopt worden, of ontgroend, het is maar hoe je het wil noemen. Dit geldt niet alleen voor de passagiers, maar uiteraard ook voor de crew. In een leuk opgezette middag waarin iedereen grappig verkleed is, worden de oceaanmaagden één voor één netjes op een creatieve manier gedoopt. Even een vis kussen, melden bij Neptunus en zijn vrouw die wat wijze woorden spreekt en sjampie op je hoofd smeert, waarna een knecht daar nog wat banaler te werk gaat met wat bakkersgerei. Tot slot natuurlijk nog even langs Johannes de Doper zelf, die in de vorm van een of ander zeebeest gegoten is en staat te wachten in een badje met het zoute oceaanwater. Tja, waarom ook niet eigenlijk.
Toch gek om te zien dat 70-plussers die thuis slechts in dure country clubs vertoeven er hier helemaal geen probleem van maken om groene slagroom en een ei in hun haar gesmeerd te krijgen. Als je dat in een andere context doet, zullen ze zich een stuk meer verneukt voelen, me dunkt.
Maar dat geldt ook voor mij trouwens, nu ik er zo over nadenk. Laat maar zitten.
Die eerste ochtend komen we erachter dat de beukende tegenwind toch wel zorgt voor wat witte neusjes aan de ontbijttafel. Driekwart van de passagiers blijft maar helemaal in hun bedje liggen, een verliezende strijd voerend tegen de zeeziekte.
De oceaandeining en de golven zorgen voor flink wat beweging, waar deze majestueuze klipper toch beter tegen kan dan de passagiers die toch meer gewend zijn om een cruise te maken in zo'n drijvend hotel. De naïevelingen die dachten dat we hier onder het genot van een kalm zeebriesje rustig naar de overkant zouden dobberen krijgen het nu even koud op hun dak.
Ik sta die ochtend boven op de brug te kijken naar hoe de golven over het dek slaan en vanuit welke hoek de regen valt, als een ouwe baas het dek opgestrompeld komt met een T-shirt, korte broek, zonnehoed op het hoofd en een boek onder zijn arm. Teleurgesteld druipt hij al snel weer af, als hij toch moet concluderen dat hij niet rustig in het Caraïbische zonnetje kan gaan liggen, maar te maken heeft met een gezonde noord-ooster storm. De volgende keer toch maar iets beter uit de patrijspoort kieken, opa.
Bij het praatje van die ochtend wordt ons medegedeeld dat er van het maximum aantal van 227 passagiers slechts een knus gezelschap van 109 aan boord is, in tegenstelling tot de 111 die er gisteren nog geteld werden. Vaders en ik kijken elkaar direct vragend aan, want blijkbaar hebben we de afgelopen nacht wat actie gemist.
Verder begint de dagelijkse routine al snel vorm te krijgen: opstaan, koffie scoren, eten, even op de brug koekeloeren, uurtje slapen, eten, het dagelijkse voortgangsrapport bekijken, uurtje slapen, pils drinken, eten, de cocktail van de dag proberen, zonsondergang kijken, omkleden, dineren, nog meer pils drinken tot de bar dichtgaat, nog een afzakker nemen op het bovendek, kijken of we al volle maan hebben, tukken.
Vaders aan het roer
Nadat we op de tweede zeedag de bekende zwemvest-drill achter de rug hebben, wordt er van koers veranderd. Er waren toch flink wat klachten binnengekomen dat men op dit zeilschip toch wel graag ziet dat er daadwerkelijk gezeild wordt, dus varen we eerst een paar dagen naar het noorden, om een ons gunstig gezinde meewind op te zoeken. Het slechte weer is al vertrokken, dus dat scheelt al heel wat. Vaders is de lulligste niet en vertelt de mannen op de brug dat hij dat wel even voor ze regelt. Zo staat hij even later met het wiel in handen de klipper noordwaarts te brengen. Al snel verzamelen zich een aantal geïnteresseerde passagiers die ook meer dan graag even willen sturen, maar dat niet durven te vragen.
Helaas voor hen is dit net als met een klein kind die net een nieuw stuk speelgoed heeft: zonder breekijzer krijg je die man daar niet meer weg. Toch blijven er nog een paar in de buurt hangen, in de hoop dat ze te horen krijgen van "zeg, wilt u misschien ook even sturen?", maar dat gaat natuurlijk nooit gebeuren. Wij moeten hier allebei smakelijk om lachen en even later is dan ook de laatste afgeknapt afgedropen, zodat wij ongestoord kunnen proberen dat ding boven de 13 knopen te krijgen.
Het werden er 14.
Recht zo die gaat
Die avond ervoor had mijn fotocamera blijkbaar een eigen weg gekozen toen ik op het achterdek zat, dus moet ik even een kleine zoektocht initiëren. De kapitein wil natuurlijk niet moeten concluderen dat er 70-jarige dievegges aan boord zijn, dus gaat hij er zich persoonlijk mee bemoeien.
Hij kan alleen enige afknap niet onderdrukken wanneer hij erachter komt dat hij hier met een onvervalste zeeleek te maken heeft: "So where did you lose your camera?"
"I must have lost it last night up on deck, there on the back of the ship."
"On the stern."
"Ehm, yeah."
- knap -
Gelukkig heeft de vinder blijkbaar toch liever een rein geweten dan een brakke, oude camera, dus kan ik die avond weer vrolijk plaatjes schieten.
Uiteraard wordt dit aan de bar gevierd met de nodige pilsjes. Dat vinden wij namelijk wel lekker.
Aangekomen bij de terminal proberen wij onze weg te vinden naar de plek waar we ons moeten melden. Gelukkig wordt ons al vrij snel door een Barbadiaanse douanier verteld waar we heen moeten. In ieder geval niet langs zijn tafeltje, dat is zeker, want dat betekent immers dat hij zijn voeten van zijn bureau moet halen en dat gaat even niet gebeuren.
Zo komen we zonder enige vorm van controle in het tax free gebied terecht, waar wij kunnen inchecken bij de mensen in het klipper-uniform. Dit spaart ons en de douanier een hoop tijd uit, dus die man zag terecht in dat dit de beste oplossing is. Bovendien, stel je toch eens voor dat die douaneman een bom in onze tas zou vinden... dat betekent zeker weer een paar dagen papierwerk. Hem niet gezien.
De rij bij het inchecken verdwijnt als sneeuw voor de Caraïbische zon. Dit hebben we in de laatste 'tig jaren niet meer meegemaakt. En we krijgen er nog een drankje bij ook. Hier kunnen ze op Schiphol nog een voorbeeld aan nemen.
De koffers en de bejaarden worden aan boord gebracht, maar wij kiezen voor de laatste mogelijkheid om nog iets van een wandeling te maken, om de benenwagen nog een beetje in vorm te houden. Zo hobbelen wij dus even later de pier op, op weg naar ons bootje.
Daar ligt 'ie dan hoor. Wat een ding. Nu word ik op bootgebied gelukkig niet gehinderd door enige kennis, maar je hoeft geen scheepsbouw gestudeerd te hebben om in een oogopslag te zien dat de Royal Clipper echt wel een van de mooiste schepen ter wereld is.
In Rotterdam gebouwd, gedoopt in Monaco door de koningin van Zweden, varend onder de Luxemburgse vlag, onder commando van een Estlandse kapitein, met uiteraard overwegend Fillipijns en Indiaas personeel aan boord... een redelijk internationaal bootje, me dunkt.
Wij kunnen in de namiddag aan boord, waar we door de Duitse hotelmanager Otto von Bismarck welkom worden geheten. Ik bedank hem meteen voor de minuscule bezemkast waarin ik de komende zoveel-entwintig dagen met mijn vader in een twijfelaar mag doorbrengen. Ach, als je toch aan male bonding wilt gaan doen, kun je het maar beter meteen goed aanpakken, niet waar?
Langzaam druppelen de andere passagiers binnen om van hun welkomstcocktail te genieten. De decadente toon is gezet. Wij hebben na een korte verkenningsronde ons plekje aan de bar al gevonden, waar anderen nog een beetje onzeker over het dek schuifelen, met een gezonde dosis angst voor de Grote Oversteek.
De doorsnee cruisepassagier zullen we hier dan ook niet in grote getale zien. Een ocean voyage is toch iets heel anders dan een weekje ronddobberen op de Caraïbische Zee. De meeste passagiers hebben toch iets meer van een avontuurlijke inborst, en zo niet, dan zijn het echte, onvervalste boat people.
Zo raken we met wat ouwe rotten aan de praat en inderdaad, ze zijn er allemaal: van een gepensioneerde bootsman van de US Navy tot een oude Duitse U-boot commandant uit de Zweite Weltkrieg.
Dat kan hier nog interessante dynamieken gaan opleveren...
Het staat in ieder geval garant voor een paar weken van onophoudelijke zeemansverhalen, de een nog sterker dan de ander. Ik ben benieuwd of iemand erin slaagt om Dal senior hierin te overtreffen, die zelf ook niet vies is van het delen van zijn maritieme avonturen met eenieder die het al dan niet wil horen. De tijd zal het leren.
De laatste Caribbean sunset
Wanneer rond de klok van tien uur 's avonds de loopplank wordt ingehaald, weten we dat iedereen aan boord is en kunnen we van wal steken. Uiteraard zijn de jongens van de Royal Clipper niet zuinig met een gezonde dosis uitsloverij, dus worden op een verlicht dek alle 42 zeilen gehesen onder begeleiding van de bombastische klanken van Vangelis' 1492, wat er elke keer weer voor zorgt dat iedereen in de haven toch even opkijkt en enig kippevel niet kan onderdrukken.
Zodra we uit het zicht van de landrotten zijn worden alle zeilen echter meteen weer ingehaald, want we hebben een norse tegenwind te verwerken en in Cuba hebben we nu eenmaal niets te zoeken. Het bootje tuft zo rustig de laatste Caraïbische nacht in, terwijl wij eens verder gaan met het integratieproces hier aan boord.
Als eerste moeten we natuurlijk uitvogelen of er nog iemand anders hier aan boord Nederlands spreekt, zodat we daar al dan niet rekening mee moeten gaan houden met het spuien van onze genante teksten. Gelukkig is dat niet het geval. Bij het welkomstpraatje krijgen we te horen dat er 111 passagiers aan boord zijn, waarvan het overgrote deel Duits is, dus dat zit wel goed. Het personeel telt 101 neuzen, dus ik denk niet dat we aandacht tekort krijgen hier. Mag ook wel voor dat geld natuurlijk.
Verder krijgen we een korte samenvatting van de geplande dagactiviteiten, die toch echt wel gericht zijn op het bejaarde cruisepubliek: ochtendgymnastiek, kunst-workshops, lezingen en klassieke samenzang. Maar geen karaoke dus, doodziek.
All aboard
Ach, die tien dagen die het gaat duren vooraleer we de 2.351 zeemijlen tussen Bridgetown, Barbados en Punta Delgada op de Azoren hebben overbrugd zijn zo gevuld, omdat er zes keer per dag eten wordt geserveerd, waar we onbeperkt gebruik van kunnen maken. Dat wordt dus hard werken de komende tijd. Geen tijd om ons te vervelen, vreten zal je.
Maar nu eerst is het tijd voor een welverdiend glas pils om te vieren dat we nu dan toch echt vertrokken zijn. Alsof we een reden nodig hebben om te drinken, onzin natuurlijk, maar het geeft het wel net dat beetje meer sjeu.
Pa, daar ga je. Op een behouden vaart.
"Slager, heeft u een plastic zak?"
"Nee, maar wel een glazen oog..."
Wanneer je 26 dagen lang met de ouwe Dal op reis gaat, moet je wel voorbereid zijn op een ogenschijnlijk eindeloze stroom aan slappe grappen, die hopelijk de tand des tijds hebben doorstaan.
Gelukkig zit dat hier wel goed en kan ik alleen maar nieuwsgierig zijn naar welke pareltjes nog meer in zijn archief verstopt zitten en is er de komende weken meer dan genoeg tijd om dat uit te vinden.
Onze reis zal bestaan uit een Atlantische oversteek met een grote klipper. Al die technische termen ben ik niet in thuis, dus ik noem het gewoon een zeilboot. Eerst vliegen wij even naar Barbados, van waar de boot zal vertrekken om dan in 22 dagen tijd via de Azoren, Malaga, Mallorca en Menorca uiteindelijk in het Italiaanse Civitavecchia aan te meren, waarna wij nog een laatste dag onze overtocht kunnen evalueren op de Spaanse Trappen in Rome.
Klinkt goed? Dacht het wel.
Maar eerst even twee daagjes Barbados dus. Wij komen allebei met een gierende koppijn en een verkoudheid het vliegtuig uitzetten, wat duidelijk de schuld is van die ellendige airco, dat kan niet anders.
Wij voelen er heel wat voor om gewoon twee dagen plat te gaan in ons strandresort, om weer wat aan te sterken en die jetlag achter ons te laten. Dit wordt altijd het snelste geregeld door bij de plaatslijke buurtsuper een paar sixpackjes te halen van het lokale gerstenat en die in de avondschemer weg te zetten, terwijl we ons vergapen over de lichaamsbouw van de inboorlingen.
Baby's got back
Uit mijn beperkte Caraïbische ervaringen van twee jaar geleden kan ik mij niet herinneren dat op die andere eilanden het kweken van een kolossaal achterwerk zo tot een kunst was verheven als hier. Voor liefhebbers van een goed stuk vlees is dit zeker de place to be. Dientengevolge zie je hier ook genoeg vakantiegangers op leeftijd rondlopen, die daar graag een graantje van mee mogen pikken, al dan niet tegen betaling. Op de radio horen we zelfs reclame voor de Reggae Club, waarin ze mensen proberen te lokken met de uitspraak dat er vanavond alleen maar slim girls rondlopen, wat een duidelijke indicatie is van de gemiddelde broekmaat hier. De term ghetto booty is niet eens meer van toepassing, dit is gewoon smerig.
Een eenzame Engelsman die tijdens het ontbijt een tafeltje verderop zit denkt daar overigens anders over, maar daar hebben wij verder geen boodschap aan.
Barbadiaanse bedrijvigheid
Ik weet het niet, de behoefte om dit brakke eiland te verkennen is bij mij niet echt aanwezig. Tijdens de taxirit van het vliegveld naar ons hotel, waarin ik voor de laatste keer in mijn leven de fout heb gemaakt om te beamen dat ik ergens voor de eerste keer ben, heb ik het eigenlijk al gezien. Een keer in de zoveel jaar wordt het eiland netjes schoongeveegd door een tropische storm, zodat het zonde is om een mooi, duur huis neer te zetten. Brakke, kleine woninkjes 'sieren' het straatbeeld, de statige, oude, koloniale herenhuizen van de slavenplantages van weleer zijn er allang niet meer.
Barbados draait op niets anders dan op het toerisme, terwijl ik van mening ben dat hier weinig meerwaarde in zit. Gezien de ligging nabij Venezuela koesterde ik nog de ijdele hoop dat een significant deel van de bevolking van Latijnse komaf was, maar dat was tevergeefs.
Het is gewoon een Caraïbisch eiland zoals ieder ander: witte stranden, palmbomen, vissersbootjes die 's avonds bij een van de talloze visrestaurants aanmeren om hun dagvangst te verkopen, en heel veel chocoladebruine mensen, die de hele dag het liefst niets doen. Wij lopen langs een hotel in aanbouw en zien hoe een tiental arbeiders aandachtig zitten te kijken hoe een collega een plankje aan het doorzagen is. De voorman ligt op een picknicktafel te tukken en vindt het ook allemaal wel best. Met een beetje mazzel komt dit nog af voordat de volgende storm langskomt. Ik gok van niet.
Rare vogel...
Dus wij vermaken ons prima op onze patio, waar we al snel vriendjes maken met het plaatselijke gevogelte. In de hotelbar ontdekken wij een alcoholverslaafde vogel, die alle flessen één voor één afgaat om zijn eigen cocktail te brouwen. Hij komt ook even bij ons koekeloeren en neemt een slokje van mijn guavesap, maar wanneer hij ontdekt dat daar geen alcohol in zit, kijkt hij ons nors aan en vliegt snel weer terug naar de bar.
Kijk aan, een kenner. Dit is de leukste local die ik tot nog toe ontmoet heb.
In een wanhoopspoging om wat couleur locale op te snuiven tijgen wij de tweede avond af naar St. Lawrence's Gap, waar wat te beleven moet zijn. Wij zien inderdaad al snel een pittoresk baaitje met een standaard verzameling barretjes en restaurants, volledig gericht op de overwegend Engelse eilandbezoekers.
Toch ontdekken we hier een paar leuke gerechten, die wij natuurlijk niet aan onze neus voorbij kunnen laten gaan. Het heerlijke stukje vliegende vis van die ochtend -het moet nog behoorlijk lastig zijn om die dingen te vangen- wordt overtroefd door een vissoort die wij nog niet eerder op een kaart zijn tegengekomen: dolfijn. Zoogdier mijn voeten, je bent gewoon een omhoog gevallen tonijn.
Daar ergens moeten we heen
Ik moet zeggen, dit was een van de smakelijkste vishapjes die ik ooit tot mij heb mogen nemen. Misschien dat het extra goed smaakte, doordat wij tijdens het verorberen van deze maaltijd konden terugdenken aan het vrolijke gekwetter van Flipper en zijn vrienden. Dat zo'n jongen dan nu ervoor gekozen heeft om achter in de koelcel aan een grote vleeshaak te hangen, wachtend tot wij een stukje van zijn ranke lijf komen proeven, doet mij deugd. Een barmhartige dolfijn smaakt altijd net iets lekkerder, me dunkt.
Met ronde buikjes lopen we een paar barretjes af, op zoek naar vertier, maar het is peren. De welstandige dames op leeftijd zitten alle mooie donkere mannen te eyeballen, op zoek naar een avontuurtje en jonge meiden, wel, die zijn er simpelweg niet, waarschijnlijk omdat ze het eerder genoemde al voor zichzelf hebben geregeld. Als ik vrienden wil maken met een of andere vadzige Amerikaan ga ik wel naar Las Vegas.
Een paar rumdrankjes later hebben we het hier wel gezien in dit sfeerloze gehucht. Van Reggae en Soca word ik immers ook niet bepaald warm van binnen, te meer omdat ze dit alleen maar draaien om het toeristen- vooroordeel te voeden. De Barbadiaan mag zelf graag op een steeldrum rammen, maar daar is nog nooit iets significants uit voortgekomen, wat het branden van een cd-tje waard is. Maar daar schamen die jongens zich ook helemaal niet voor. Ze hebben immers wel belangrijker zaken aan hun hoofd dan dat, zoals bijvoorbeeld slapen, rum drinken en niets doen. En dan is zo'n dag natuurlijk gauw om.
De volgende ochtend begint het bij ons al een beetje te kriebelen. We kunnen vanaf vier uur 's middags inschepen, dus we hoeven nog maar een paar uurtjes te doden voordat we aan de Grote Oversteek zullen beginnen. Wij besluiten om even een kijkje te gaan nemen in het hoofddorp Bridgetown om wat bare essentials in te slaan: vier sloffen sigaretten, gekke hoed, het bekende werk.
One for the road sea
Wanneer we langs de kust aan komen rijden, zien we al snel de meer dan vijftig meter hoge masten van de Royal Clipper boven de laagbouw uitsteken, maar dat moeten we voor nu nog even negeren.
Wij lopen langs een oude vesting, die tegenwoordig dienst doet als parlementsgebouw, en komen terecht in een alleraardigst achterbuurtje, waar er een gezellige markt gaande is. Kokosnoten en tropische knolrapen hebben wij alleen voor onze reis niet direct nodig, dus wij settlen ons al vrij snel in een golfplaten bierlokaal, waar wij met een gerust hart onze laatste B-dollars kunnen opmaken.
Een tandeloze oude visser wenst ons daar welgemeend een behouden vaart, wanneer wij na de laatste slok Banks onze zooi bij elkaar gaan rapen en ons gaan melden bij de pier, waar die statige windjammer op ons ligt te wachten...
Over een dag of zes komen de uitgebreide verhalen over de bootreis, maar tot die tijd heb je hier vast een filmpje met een kleine sfeerimpressie van het leven aan boord:
Eerst verliest hij bijnaalles met 33 tegen AT off, daarna moet het erin met AJ tegen AK. Wat wil je met nog twee blinds... 761 euro. Darkrazor is ons enige paardje met 260k. 850k in het spel.
Hij schuift alles erin met vijven in de small blind en Darkrazor callt met AT. Aas op de river, doodziek. 321 euro voor de moeite. Darkrazor op 190k. Rakita inmiddels achtste.
In de 100 freezeout is de final table bereikt. Bij de laatste tien spelers zitten boogerd (80k), abnoormaal (50k) en darkrazor (60k). average is 84k met 5k-10k.
Heren, en eventueel dames, vanuit een teleurstellend koud barcelona wens ik jullie het allerbeste voor het komende jaar! Dat al je dromen en je wensen uit mogen komen en dat jullie maar veel gekke mensen mogen check-raisen :-) Maak er wat moois van en hou ons op de hoogte. Ook namens Senor Ten en Rocco bedankt voor jullie mooie bijdragen op de site en dat er nog velen mogen volgen... succes en groeten, Dal
Volgens Amsterdams voorbeeld werd bij de finale de structuur flink versneld om voor sluitingstijd van het casino klaar te kunnen zijn met het toernooi.
Thijs Wessels had al een relatief klein stapeltje en werd zesde. Toch meer dan netjes natuurlijk.
Het was voor iedereen simpelweg schuiven en hopen en om 5:00 uur was er dan inderdaad een winnaar.
Na 9 dagen kaarten is Jamel Maistriaux de nieuwe Belgisch Kampioen en mag nu proberen de schoenen van Marc Naalden te vullen.
Doen de Nederlanders volgend jaar weer mee? Dat weet ik wel zeker.
Helaas dus geen Frank List meer, maar Thijs en Lex staan er zeer goed voor. Blinds beginnen op 1600/3200 en er is ook nog een zinloze ante van 100.
De levels zijn verkort naar 40 minuten vandaag, anders gaat het nooit afkomen.
Ze zijn gestopt bij 20 spelers, want het was al tegen 5 uur 's ochtends toen.
Als ik het goed heb, zitten Lex Veldhuis, Thijs Wessels en Frank List er alledrie nog in met prima stapeltjes. Prijzengeld gaat al richting de 12,000 bij de laatste 18.